Iedere keer dat
ik deze tekening bekijk herinner ik me de heerlijke tijd die we in Zwitserland
hadden toen mijn dochter, haar man en kinderen rond de Kerst bij ons logeerden.
Het is al weer enkele jaren
geleden maar dankzij mijn tekening van de sneeuwpop die mijn schoonzoon samen
met onze oudste kleindochter maakte en het verhaaltje dat ik erbij geschreven
heb zal ik het nooit meer vergeten. Ik weet nog goed hoe verschrikkelijk koud het toen was (ik ben
niet zo'n sneeuw-en-ijs-mens) maar alles smolt weg door alle warme
herinneringen die we toen samen maakten.

Mijn schoonzoon
gaat met mijn kleindochter een sneeuwpop maken. Vanuit mijn werkkamerraam zie ik ze bezig. Dat wil zeggen: mijn schoonzoon is bezig. Geduldig rolt hij grote sneeuwbollen
voor het lijf van de sneeuwpop.
Mijn oudste kleindochter volgt hem kritisch, met haar handen stijf in
haar zakken. Het hoofd komt er nu
bovenop. Ogen en mond zijn stenen
uit de beek achter de tuin. Oren
van gebogen twijgen, dennentakken als haar, stokjes als knopen – een echte
schoonheid. Mijn kleindochter
lacht.
's Avonds laat zie ik de sneeuwpop staan in het lichtschijnsel van het huis. Het sneeuwt zachtjes en plotseling herinner ik me het boek dat mijn moeder me voorlas over de sneeuwpop. Zou hij echt leven? 't Zou me niets verbazen.
We hebben een slee gekocht voor onze kleinkinderen. Help! Wat een gewurm om die twee in hun laarsjes, vestjes en jasjes te krijgen, mutsen op, wantjes aan, dassen om - ik was het even vergeten! Dekentje op de slee, anders krijgen ze koude kontjes. En dan samen verse broodjes halen bij de Konditorei in het dorp.